We kijken bij elke beslissing wat het beste is voor onze zoon
De zoon van Elly* en haar man verblijft bijna zeven jaar in een pleeggezin. Een situatie die niet altijd makkelijk is voor hen, maar waar ze wel het beste van proberen te maken.
Hulp zoeken
Elly vertelt dat er veel problemen waren met Viggo* rond de leeftijd van drie, vier jaar, bijvoorbeeld tijdens eetmomenten. Elly en haar man zijn toen zelf hulp gaan zoeken, waardoor Viggo een jaar in een CKG verbleef. Het was de bedoeling dat hij na dat jaar naar huis zou terugkeren, maar uiteindelijk werd de procedure van pleegzorg opgestart en ging hij naar een pleeggezin.
In het begin liep dat niet van een leien dakje en verzetten Elly en haar man zich tegen de hele situatie. “De verhalen die we tot dan toe over pleegzorg gehoord hadden, waren niet rooskleurig, waardoor we helemaal niet blij waren,” steekt Elly van wal. “We probeerden de rechter te overtuigen om Viggo terug naar huis te laten komen, maar die luisterde niet en koos voor pleegzorg.
We waren toen heel kwaad. We hebben wel uitleg van pleegzorg gekregen over wat alles net inhield, maar daar hadden we geen oren naar."
Mee op de trein springen
Uiteindelijk heeft Elly dan toch besloten om op de trein te springen, al was dat niet onmiddellijk om de juiste redenen. “Ik hoopte om pleegzorg op een fout te betrappen en zo Viggo weer naar huis te halen,” vertelt ze, “maar daardoor was ik wel aanwezig bij alle gesprekken en veranderde mijn mening ook.”
Elly en haar man kregen drie keuzes voorgelegd over het pleeggezin voor Viggo: een bestandsgezin, dat Viggo dus niet kent, zijn meter of de directrice van zijn school. Uiteindelijk kozen Elly en haar man voor de directrice, omdat Viggo dan op dezelfde school kon blijven, zijn vrienden bleef zien en in de buurt bleef wonen.
Net voor de plaatsing van Viggo in het pleeggezin, gingen Elly en haar man, samen met de pleegzorgbegeleider en de consulent van het OCJ op bezoek bij het pleeggezin. “Het voelde aan als een warm gezin, waar we welkom waren en we het gevoel kregen dat we de mama en papa van Viggo bleven. Het kon niet beter voelen.” Dat zorgde voor de ommekeer bij Elly en haar man.
“Het neemt niet weg dat het moeilijk is, maar vanaf dat moment kijken we bij elke beslissing naar wat het beste is voor onze zoon. Het doet pijn, maar hij is zo blij en gelukkig dus waarom zouden wij hem dat dan afnemen?”
Goede band
Elly heeft een heel goede band met het pleeggezin van Viggo. Als er iets moeilijk verloopt, overleggen ze even wat anders kan. Ook krijgen ze spontaan foto’s en filmpjes doorgestuurd. “Dat is pijnlijk omdat we er zelf niet bij zijn, maar het geeft ons ook het gevoel dat we zijn ouders blijven. Op zijn eerste schooldag zijn we hem ook met z’n vieren gaan brengen.”
Viggo zit momenteel nog steeds in het pleeggezin, maar komt wel wekelijks op bezoek bij zijn ouders. “Met zijn eerste communie hebben we ook de hele pleegfamilie uitgenodigd op het feest. We vonden het heel normaal dat zij er bij waren aangezien ze ook deel uitmaken van zijn leven.”
* Omwille van privacy zijn schuilnamen gebruikt.
Andere interessante artikels
Jesse Van Venrooij over de documentaire Mama mag ik naar huis toe?
Jesse Van Venrooij maakte samen met Eline Van der Kaa de documentairefilm “Mama, mag ik naar huis toe?” Een film waarin zes mama’s met een kind in pleegzorg delen over de leegte die dat achterlaat, de schuld en schaamte die hen achtervolgen, en de angst om de band met hun kind voorgoed te verliezen. Tegelijkertijd laat de film zien hoe liefde en moed sterker kunnen zijn dan oordeel en pijn. We stelden Jesse enkele vragen over de film.
Vlaamse dialoogdag 18 oktober 2025
Op 18 oktober 2025 organiseerde Pleegzorg Vlaanderen een Vlaamse Dialoogdag Pleegzorg rond het recht op informatie.Tijdens deze dialoogdag gingen verschillende doelgroepen binnen pleegzorg en experten met elkaar in gesprek. De belangrijkste signalen die tijdens de dialoogdag werden verzameld, zijn samengebracht in een beleidsnota.
Conflict en verbinding
Toen de jeugdrechter zijn dochter aan een pleeggezin toewees, voelde Steven de grond onder zijn voeten verdwijnen. Hij voelde zich verraden, genegeerd en miskend. De kwaadheid zat diep: op de instanties, de wereld, de hulpverlening, het pleeggezin maar misschien ook op zichzelf. “Ze wordt van me afgepakt,” was de overheersende gedachte. Maar achter die gedachte school iets anders: een rauw en immens verdriet.