"Het is helend voor een kind om op te groeien in een gezin"
Nooit eerder kwamen er zo veel niet-begeleide minderjarige vluchtelingen aan in ons land. Ze worden ook steeds jonger. “Voor de jongste vluchtelingen zijn pleeggezinnen de ideale oplossing”, zegt Minor-Ndako. Deze jeugdhulporganisatie plaatste al meer dan veertig kinderen versneld bij een Belgisch gezin.
Marijn Sillis - Sociaal.net
Meer niet-begeleide jongeren dan ooit
Er is grote nood aan nieuwe opvangplaatsen voor niet-begeleide minderjarige vluchtelingen. In de Kamercommissie Binnenlandse Zaken bleek begin dit jaar immers dat er meer niet-begeleide jongeren zijn dan ooit, en ze worden almaar jonger.
Een van de grootste uitdagingen voor het opvangnetwerk volgens Fedasil: meer en betere begeleiding. Fedasil maakte zich in de commissie zorgen om spanningen in de asielcentra en om het welzijn van kinderen en jongeren. Er is te weinig ruimte voor “een aangepaste aanpak van specifieke realiteiten en noden, zoals psychologische problemen, verslaving, geweld.” Weinig goeds, dus.
Nederlands voorbeeld
Bij Minor-Ndako, dat zorg biedt aan jongeren in een kwetsbare situatie, proberen ze hun steentje bij te dragen. In 2016 begonnen ze in samenwerking met Pleegzorg Vlaanderen de zoektocht naar pleeggezinnen voor de jongste niet-begeleide vluchtelingen. Aanvankelijk was het idee dat kind en pleeggezin langzaam aan elkaar konden wennen.
“Met eerst een kennismaking, dan bezoekjes in de leefgroep, vervolgens eens een uitstap”, zegt Sandra Otten van Minor-Ndako. “Maar we merkten dat het moeilijk was voor de kinderen om de stap van de leefgroep naar het pleeggezin te maken, en dat het opnieuw een breuk in hun leven was.”
Dus spiekten Minor-Ndako samen met Pleegzorg over de grens. “In Nederland zagen we dat niet-begeleide kinderen onder de veertien jaar standaard en meteen naar een pleeggezin gingen, en dat het een succes was. Sindsdien hebben we meer dan veertig kinderen meteen na hun aankomst ondergebracht bij een pleeggezin.”
Kinderen met een opdracht
Niet-begeleide kinderen komen op verschillende manieren aan in ons land. Soms melden ze zich aan bij het Klein Kasteeltje, soms worden ze opgepikt op de luchthaven van Zaventem of ergens ten lande opgemerkt.
Vaak gaat het om Afghaanse kinderen, maar even goed om kinderen uit West-Afrika of het Midden-Oosten. “Onlangs ontvingen we een ventje van acht jaar die over land vanuit Afghanistan was gereisd”, zegt Sandra. “Maar we hebben ook kinderen opgevangen die al een tijdje met hun familie in Griekenland verbleven.”
Voor sommige kinderen is België de bestemming, voor anderen lag er een ander eindpunt in het verschiet. Vaak zit er een familieplan achter. “We zien regelmatig ‘mandaatkinderen’, zoals wij het noemen. Kinderen die vooruit gestuurd worden, in de hoop dat familie later kan volgen.”
Het gaat om verschillende constructies. “Er zijn altijd smokkelaars betrokken, daar moeten we niet naïef in zijn. Toch is het vooral een symptoom van een falend Europees migratiebeleid.”
Directe plaatsing
Wanneer de kinderen via Fedasil of Dienst Voogdij bij Minor-Ndako komen, brengt het team van Sandra de kandidaat-pleeggezinnen meteen op de hoogte. Sandra en haar collega’s leggen de kinderen uit wat hen te wachten staat. Het kind wordt zo snel mogelijk bij het pleeggezin geplaatst, vaak een dag later al.
De geselecteerde gezinnen zijn zo goed mogelijk voorbereid. Maar het blijft een grote stap. “De eerste twee weken staan we 24 op 7 ter beschikking. Omdat we het kind zelf ook niet kennen. Wie is hij of zij? Is er sprake van trauma? Hoe zal het zich ontwikkelen of gedragen? Tijdens de intensieve begeleiding is er altijd een bed in de leefgroep beschikbaar, voor het geval het toch niet lukt.”
“Vaak is die opstart ook het temperen van verwachtingen. Het zijn geen kinderen die zich snel even settelen en beginnen te spelen. Aanvankelijk zijn we tevreden als een kind naar school gaat en goed slaapt. Laat de kinderen eerst landen, de rest komt daarna.”
Verder lezen?
Het volledige artikel is beschikbaar op sociaal.net. Daarin lees je onder andere nog over de ervaringen van pleegzorgers die een warme thuis bieden aan een jonge vluchteling.
"Je voelt dat kinderen met bepaalde verwachtingen komen. Walid dacht dat hij meteen geld zou kunnen opsturen."
Pleegmama Erna
Meer info
Wil je meer info of heb je interesse om pleegouder te worden?
Schrijf je dan in voor de digitale infosessie over pleegzorg voor jonge vluchtelingen op 27 april of vraag vrijblijvend een infopakket aan.
Andere interessante artikels
Jesse Van Venrooij over de documentaire Mama mag ik naar huis toe?
Jesse Van Venrooij maakte samen met Eline Van der Kaa de documentairefilm “Mama, mag ik naar huis toe?” Een film waarin zes mama’s met een kind in pleegzorg delen over de leegte die dat achterlaat, de schuld en schaamte die hen achtervolgen, en de angst om de band met hun kind voorgoed te verliezen. Tegelijkertijd laat de film zien hoe liefde en moed sterker kunnen zijn dan oordeel en pijn. We stelden Jesse enkele vragen over de film.
Vlaamse dialoogdag 18 oktober 2025
Op 18 oktober 2025 organiseerde Pleegzorg Vlaanderen een Vlaamse Dialoogdag Pleegzorg rond het recht op informatie.Tijdens deze dialoogdag gingen verschillende doelgroepen binnen pleegzorg en experten met elkaar in gesprek. De belangrijkste signalen die tijdens de dialoogdag werden verzameld, zijn samengebracht in een beleidsnota.
Conflict en verbinding
Toen de jeugdrechter zijn dochter aan een pleeggezin toewees, voelde Steven de grond onder zijn voeten verdwijnen. Hij voelde zich verraden, genegeerd en miskend. De kwaadheid zat diep: op de instanties, de wereld, de hulpverlening, het pleeggezin maar misschien ook op zichzelf. “Ze wordt van me afgepakt,” was de overheersende gedachte. Maar achter die gedachte school iets anders: een rauw en immens verdriet.