Inleefweek armoede: "Leven in armoede is een dagtaak"
Een aantal weken geleden namen 15 medewerkers van Pleegzorg Limburg deel aan een inleefweek over armoede. Het doel van de inleefweek was om armoede onder de aandacht te brengen binnen onze dienst en om het begrip ten opzichte van mensen in armoede nog verder te verhogen. Met een beperkt budget van €60 per volwassenen en €20 per kind ondervonden de deelnemers zo wat leven in armoede is. En dat kwam binnen. “Leven in armoede is een dagtaak”, klinkt het bij de deelnemers.
Dat leven in armoede niet makkelijk is, is een vanzelfsprekendheid, maar als je het zelf meemaakt, al is het tijdens een inleefweek, merk je dat het zwaar onderschat wordt. Het zorgt er ook voor dat je bewuster omgaat met alles wat je koopt. “Tijdens deze week besefte ik pas hoeveel er anders verspild of weggegooid wordt.” Om de inleefweek zo realistisch mogelijk te maken, moesten de deelnemers dan ook alles meetellen in hun budget. Als ze de auto of internet gebruikten voor privézaken, kostte dat geld. “Het continu tellen zorgt ervoor dat je hoofd vol zit, uiteindelijk ben je bijna altijd gestresseerd en kan je moeilijker focussen op je werk.”
Ook je sociale contacten verminderen vrijwel meteen. “Nee zeggen tegen mensen als ze vragen om iets te gaan doen, is moeilijk. Je probeert het te verstoppen voor anderen, uit schrik dat ze je anders gaan bekijken. Uit schaamte uiteindelijk.” Daarnaast bracht het frustratie met zich mee. “Frustratie omdat je merkt dat je het niet in de vingers hebt om te overleven, maar ook frustratie omdat je bijvoorbeeld geen ijsje kan kopen voor je kinderen.”
Tenslotte ga je de dingen anders bekijken. “Ik heb geleerd dat pasta in andere vormen duurder is dan spaghetti of macaroni. Voor de inleefweek stond ik daar niet bij stil.” Het zorgt er ook voor dat je creatief moet op zoek gaan naar oplossingen. “Mijn kinderen eten graag appels, maar het was onmogelijk om die met ons beperkt budget te kopen in de supermarkt. Uiteindelijk ben ik er gaan kopen bij een fruitboer in de buurt. Dat ga ik na de inleefweek ook blijven doen.”
De inleefweek zorgde ervoor dat we milder gaan kijken naar de mens tegenover ons. Leven in armoede is zwaar en niet makkelijk te dragen. Het zorgt voor frustratie, maar ook voor schaamte en angst. Het is een ervaring die de deelnemers nog lang bij zal blijven.
De inleefweek kwam er op initiatief van onze ervaringsdeskundige (OED). Om de inleefweek zo realistisch mogelijk te maken, werd er eerst een intakegesprek gedaan met het OCMW. Verder was er een WhatsApp-groep met de deelnemers. In die groep werden gevoelens en emoties gedeeld, maar ook veel tips en overlevingsgedachtes. Zo gaven ze elkaar de kracht en ondersteuning om door te gaan. Tijdens de week kregen de deelnemers ook verschillende opdrachten/uitdagingen. Wat als je bijvoorbeeld ziek wordt tijdens het weekend, hoe ga je dan naar de dokter en apotheker van wacht? Dit alles werd ondersteund door de OED. Ze ondersteunde de deelnemers ook, zowel in groep, als individueel.
Andere interessante artikels
Jesse Van Venrooij over de documentaire Mama mag ik naar huis toe?
Jesse Van Venrooij maakte samen met Eline Van der Kaa de documentairefilm “Mama, mag ik naar huis toe?” Een film waarin zes mama’s met een kind in pleegzorg delen over de leegte die dat achterlaat, de schuld en schaamte die hen achtervolgen, en de angst om de band met hun kind voorgoed te verliezen. Tegelijkertijd laat de film zien hoe liefde en moed sterker kunnen zijn dan oordeel en pijn. We stelden Jesse enkele vragen over de film.
Vlaamse dialoogdag 18 oktober 2025
Op 18 oktober 2025 organiseerde Pleegzorg Vlaanderen een Vlaamse Dialoogdag Pleegzorg rond het recht op informatie.Tijdens deze dialoogdag gingen verschillende doelgroepen binnen pleegzorg en experten met elkaar in gesprek. De belangrijkste signalen die tijdens de dialoogdag werden verzameld, zijn samengebracht in een beleidsnota.
Conflict en verbinding
Toen de jeugdrechter zijn dochter aan een pleeggezin toewees, voelde Steven de grond onder zijn voeten verdwijnen. Hij voelde zich verraden, genegeerd en miskend. De kwaadheid zat diep: op de instanties, de wereld, de hulpverlening, het pleeggezin maar misschien ook op zichzelf. “Ze wordt van me afgepakt,” was de overheersende gedachte. Maar achter die gedachte school iets anders: een rauw en immens verdriet.