Bevraging samenwerking met de jeugdadvocaat
In het voorjaar van 2024 organiseerde Pleegzorg Oost-Vlaanderen een bevraging onder pleegzorgers, ouders en jongeren over de samenwerking met de jeugdadvocaat.
De bevraging kwam er omdat pleegzorgers hun zeer uiteenlopende ervaringen bij de jaarlijkse zitting met ons deelden. Zo’n jaarlijkse zitting is voor veel betrokkenen een spannende ervaring. Er wordt namelijk bekeken wat het meest aangewezen perspectief is voor het pleegkind of de pleegjongere. Dat het kind of de jongere daarin goed gehoord en vertegenwoordigd wordt, is essentieel. Daarom wilden we als pleegzorgdienst de noden, kansen en krachten ervan in kaart brengen om verbetervoorstellen te formuleren naar de organisatie en de balie.
142 pleegzorgers, ouders en kinderen deelden hun mening met ons. Op basis van hun input, identificeerden we een aantal pijnpunten in de samenwerking met de jeugdadvocaat. Benieuwd naar de resultaten?
Andere interessante artikels
Jesse Van Venrooij over de documentaire Mama mag ik naar huis toe?
Jesse Van Venrooij maakte samen met Eline Van der Kaa de documentairefilm “Mama, mag ik naar huis toe?” Een film waarin zes mama’s met een kind in pleegzorg delen over de leegte die dat achterlaat, de schuld en schaamte die hen achtervolgen, en de angst om de band met hun kind voorgoed te verliezen. Tegelijkertijd laat de film zien hoe liefde en moed sterker kunnen zijn dan oordeel en pijn. We stelden Jesse enkele vragen over de film.
Vlaamse dialoogdag 18 oktober 2025
Op 18 oktober 2025 organiseerde Pleegzorg Vlaanderen een Vlaamse Dialoogdag Pleegzorg rond het recht op informatie.Tijdens deze dialoogdag gingen verschillende doelgroepen binnen pleegzorg en experten met elkaar in gesprek. De belangrijkste signalen die tijdens de dialoogdag werden verzameld, zijn samengebracht in een beleidsnota.
Conflict en verbinding
Toen de jeugdrechter zijn dochter aan een pleeggezin toewees, voelde Steven de grond onder zijn voeten verdwijnen. Hij voelde zich verraden, genegeerd en miskend. De kwaadheid zat diep: op de instanties, de wereld, de hulpverlening, het pleeggezin maar misschien ook op zichzelf. “Ze wordt van me afgepakt,” was de overheersende gedachte. Maar achter die gedachte school iets anders: een rauw en immens verdriet.