Pleegzorgvergoeding en stijgende kosten voor het levensonderhoud
De voorbije dagen ontvingen we enkele vragen van pleegzorgers over de indexering van de dagvergoedingen binnen pleegzorg. De aanleiding was de aankondiging van de Nederlandse regering dat zij de dagvergoeding vanaf 1 januari 2023 met 14,3 procent optrekt, een stuk meer dan de 10,3 procent bij hun gebruikelijke doorrekening van de kostenstijging in het levensonderhoud.
Pleegzorgers vragen ons hoe de Vlaamse overheid omspringt met de stijgende kosten bij hun berekening van de dagvergoedingen. We lichten dit graag even verder toe.
Zo werkt het in Nederland:
In Nederland legt de regering de hoogte van de dagvergoeding vast voor een heel kalenderjaar, dus geldend vanaf 1 januari, tot en met 31 december. Daarvoor bekijkt zij de toename van de kosten in het levensonderhoud, via de Nederlandse consumptieprijzenindex. Zij vergelijkt daarvoor dit indexcijfer in de voorbije maand juli met dat van juli in het voorgaande jaar: de dagvergoedingen binnen pleegzorg worden met eenzelfde percentage verhoogd, wat voor 2023 zou neerkomen op een stijging van 10,3 procent. Alleen, ook in Nederland zijn sinds juli 2022 de kosten van het levensonderhoud, net als elders in Europa, nog verder blijven toenemen: het is deze verdere stijging die nu al meegenomen wordt in de nieuwe berekening, waardoor de dagvergoeding voor 2023 met 14,3 procent toeneemt.
Zo werkt het in Vlaanderen:
Ook bij ons is er een koppeling aan de index. Toch is er één opvallend verschilpunt met de Nederlandse situatie: in Vlaanderen wordt de hoogte van de dagvergoeding niet voor een heel jaar vastgelegd door de Vlaamse overheid, maar wordt het telkens automatisch aangepast bij elke overschrijding van de spilindex (net zoals bij heel wat lonen en sociale uitkeringen). Daarvoor werkt zij met de gemiddelde gezondheidsindex van de voorbije 4 maanden.
In tijden van lage inflatie, dus bij stabiele kosten, blijft daardoor de dagvergoeding onveranderd. Zo bleef anderhalf jaar lang, vanaf maart 2020 tot augustus 2021, de dagvergoeding dezelfde. Sinds 1 september 2021 is die, telkens met kleine stapjes, maar liefst zevenmaal aangepast aan de stijgende kosten van het levensonderhoud.
We namen de proef op de som en maakten de berekening voor de dagvergoeding voor een pleegkind in de leeftijdscategorie 12 tot 15 jaar, waarvoor de pleegzorger(s) de gezinsbijslag ontvangen. Voor alle andere dagvergoedingen gaat het weliswaar om andere bedragen, maar gelden exact dezelfde werkwijze, data en resultaten. Voor een correcte inschatting vergeleken we de hoogte van de dagvergoeding van enige tijd geleden (nl. dagvergoeding die sinds 1 maart 2020 gold) en die van vandaag (geldig sinds 1 december 2022) met de evolutie in de gemiddelde gezondheidsindex.
| Gezondheidsindex (2013=100) | Gemiddelde gezondheidsindex
(gemiddelde van voorbije 4 maanden) | Dagvergoeding pleegzorg | ||
| 12/2019 | 109,18 | |||
| 01/2020 | 109,72 | |||
| 02/2020 | 109,87 | |||
| 03/2020 | 109,96 | 109,68 | €16,45 | Vanaf 01/03/2020 |
| 03/2021 | 110,56 | |||
| 04/2021 | 110,93 | |||
| 05/2021 | 110,99 | |||
| 06/2021 | 111,31 | 110,95 | ||
| 07/2021 | 112,18 | 111,35 | €16,45 | |
| 08/2021 | 112,74 | 111,81 | €16,78 | Vanaf 01/09/2021 |
| 09/2021 | 112,29 | 112,13 | ||
| 10/2021 | 113,94 | 112,79 | ||
| 11/2021 | 115,20 | 113,54 | ||
| 12/2021 | 115,60 | 114,26 | €17,12 | Vanaf 01/01/2022 |
| 01/2022 | 118,21 | 115,74 | ||
| 02/2022 | 118,74 | 116,94 | €17,46 | Vanaf 01/03/2022 |
| 03/2022 | 119,05 | 117,90 | ||
| 04/2022 | 119,59 | 118,90 | €17,81 | Vanaf 01/05/2022 |
| 05/2022 | 120,25 | 119,41 | ||
| 06/2022 | 121,02 | 119,98 | ||
| 07/2022 | 122,35 | 120,80 | €18,17 | Vanaf 01/08/2022 |
| % toename tov. maart 2020 | 11,27% | 10,14% | 10,46% | |
| % toename tov. juli 2021 | 9,07% | 8,49% | 10,46% | |
| 08/2022 | 123,68 | 121,83 | ||
| 09/2022 | 124,92 | 122,99 | ||
| 10/2022 | 127,92 | 124,72 | €18,53 | Vanaf 01/11/2022 |
| 11/2022 | 127,44 | 125,99 | €18,90 | Vanaf 01/12/2022 |
% toename tov. juli 2021 | 13,60% | 13,15% | 14,89% | |
% toename tov. maart 2020 | 15,90% | 14,87% | 14,89% |
We stellen vast dat de hoogte van de dagvergoeding binnen pleegzorg van maart 2020 tot en met november 2022 dus met 14,89% gestegen is. En daarmee gelijke tred houdt met de stijging van de kosten in het levensonderhoud, zoals weergegeven in de gemiddelde gezondheidsindex, nl. 14,87 procent. Door de automatische koppeling van de dagvergoeding aan de overschrijding van de spilindex gebeurt deze aanpassing sneller, maar ook geleidelijker dan in Nederland.
Deze analyse heeft enkel betrekking op de relatie tussen de stijging van de kosten in levensonderhoud (via de index) en de dagvergoeding. Het zegt niets over de dagvergoeding zelf, in hoeverre deze voldoende is om de reële gemaakte kosten te dekken. Evenmin maken we de vergelijking tussen de bedragen die Nederland en Vlaanderen als dagvergoeding uitbetalen: dat vergt een veel diepgaandere studie om alle tussenkomsten in beide systemen in kaart te brengen (denk in Vlaanderen bijvoorbeeld aan het groeipakket, studietoelage, regeling bijzondere kosten, enz.).
Andere interessante artikels
Jesse Van Venrooij over de documentaire Mama mag ik naar huis toe?
Jesse Van Venrooij maakte samen met Eline Van der Kaa de documentairefilm “Mama, mag ik naar huis toe?” Een film waarin zes mama’s met een kind in pleegzorg delen over de leegte die dat achterlaat, de schuld en schaamte die hen achtervolgen, en de angst om de band met hun kind voorgoed te verliezen. Tegelijkertijd laat de film zien hoe liefde en moed sterker kunnen zijn dan oordeel en pijn. We stelden Jesse enkele vragen over de film.
Vlaamse dialoogdag 18 oktober 2025
Op 18 oktober 2025 organiseerde Pleegzorg Vlaanderen een Vlaamse Dialoogdag Pleegzorg rond het recht op informatie.Tijdens deze dialoogdag gingen verschillende doelgroepen binnen pleegzorg en experten met elkaar in gesprek. De belangrijkste signalen die tijdens de dialoogdag werden verzameld, zijn samengebracht in een beleidsnota.
Conflict en verbinding
Toen de jeugdrechter zijn dochter aan een pleeggezin toewees, voelde Steven de grond onder zijn voeten verdwijnen. Hij voelde zich verraden, genegeerd en miskend. De kwaadheid zat diep: op de instanties, de wereld, de hulpverlening, het pleeggezin maar misschien ook op zichzelf. “Ze wordt van me afgepakt,” was de overheersende gedachte. Maar achter die gedachte school iets anders: een rauw en immens verdriet.