Cas-Bender
Deze #trotsepleegbroer is net 15 geworden. Cas-Bender zit in het 4de jaar Economie-Wiskunde. Zijn hobby’s zijn voetbal en gamen. Een typische tienerjongen dus. Of toch niet? Wat zijn gezin toch wel wat speciaal maakt, is dat er ook een pleegkind woont.
Y trok in oktober 2016 bij hem en zijn mama in omdat hij niet langer thuis kon blijven wonen. “Ik wilde graag een broer,” vertelt Cas-Bender daar zelf over, “maar een biologische broer kon niet meer. Toen gingen we op vakantie samen met een vriendin van mijn mama en haar pleegzoon. Dat was heel fijn. Daarna zijn mama en ik beginnen praten over pleegzorg. Misschien kon ik wel een pleegbroer krijgen.”
Koffertje
“Y was 4 jaar toen hij bij ons kwam wonen. Het pleeggezin waar hij voordien woonde kon hem niet langer opvangen,” vertelt Cas-Bender. Hoe dat ging? “Y kwam eerst bij ons op bezoek, en wij zijn zelf ook bij hem op bezoek gegaan, om elkaar wat te leren kennen. Op een dag werd hij met zijn koffertje gebracht.” Het was best wennen. Cas-Bender weet het nog goed. “Die eerste avond bij ons kon hij maar niet in slaap vallen. De volgende dag heeft hij al mijn speelgoed uitgeprobeerd.“
Broers
Hoe evolueert die band tussen pleegbroers dan precies, wilden we weten. Daar is Cas-Bender heel duidelijk over. “Y is mijn kleine broer. We maken ook wel eens ruzie met elkaar. Y is uitbundig en staat graag in de belangstelling, en ik net niet. Ik breng dan ook graag tijd door op mijn zolder; mijn ‘mancave’,” vertrouwt hij ons toe.
Broers helpen elkaar wanneer het moeilijk gaat. Dat illustreert Cas-Bender met een mooi voorbeeld. “Y was in het begin erg bang van water. Door veel met hem te gaan zwemmen, durft hij nu van de blok in 3 meter te springen.”
Moeilijke momentjes
In het begin dat Y bij hen woonde, werd hij snel en vaak boos. “Hij moest dan van mijn mama op zijn denkstoel totdat de boosheid weg was. Ik schaamde me soms als hij midden op straat of in een winkel boos werd, dat vond ik best moeilijk om mee om te gaan,” bekent Cas-Bender.
Maar het positieve compenseert ruimschoots. “Y heeft al veel negatieve dingen meegemaakt, en toch blijft hij vrolijk en enthousiast. Zijn oma en zijn papa zijn heilig voor hem. Gelukkig mag hij daar nog op bezoek komen.”
“Ik vind het belangrijk dat Y nu een thuis heeft. Thuis kunnen komen en bij mama en mij terecht kunnen, dat is het belangrijkste dat wij voor hem kunnen betekenen. Ook later zal ik er zijn voor hem.”
Belangrijke boodschap
Vanuit zijn unieke positie als #trotsepleegbroer bekijkt Cas-Bender het zo: “Op termijn gaat een pleegkind zich thuis voelen bij jou en dan vergeet je dat het eigenlijk je pleegbroer/pleegzus is. Na een tijd gaat hij of zij aanvoelen als een echte broer of zus. Maar dat heeft tijd nodig. Vooral veel geduld hebben. Dat is nodig want een pleegkind moet zelf ook wennen aan zijn nieuwe situatie.”
“Wat ik nog wil meegeven; als er een pleegkind in huis komt wonen: doe gewoon tegen hem en behandel hem zeker niet anders.” Dat vinden wij een mooie boodschap om mee af te ronden.
Is er bij jou intussen een belletje gaan rinkelen? Wil je ontdekken hoe pleegzorg in jouw gezin kan passen?
Kom naar één van onze infosessies in jouw buurt of vraag een infopakket aan.
Andere interessante artikels
Jesse Van Venrooij over de documentaire Mama mag ik naar huis toe?
Jesse Van Venrooij maakte samen met Eline Van der Kaa de documentairefilm “Mama, mag ik naar huis toe?” Een film waarin zes mama’s met een kind in pleegzorg delen over de leegte die dat achterlaat, de schuld en schaamte die hen achtervolgen, en de angst om de band met hun kind voorgoed te verliezen. Tegelijkertijd laat de film zien hoe liefde en moed sterker kunnen zijn dan oordeel en pijn. We stelden Jesse enkele vragen over de film.
Vlaamse dialoogdag 18 oktober 2025
Op 18 oktober 2025 organiseerde Pleegzorg Vlaanderen een Vlaamse Dialoogdag Pleegzorg rond het recht op informatie.Tijdens deze dialoogdag gingen verschillende doelgroepen binnen pleegzorg en experten met elkaar in gesprek. De belangrijkste signalen die tijdens de dialoogdag werden verzameld, zijn samengebracht in een beleidsnota.
Conflict en verbinding
Toen de jeugdrechter zijn dochter aan een pleeggezin toewees, voelde Steven de grond onder zijn voeten verdwijnen. Hij voelde zich verraden, genegeerd en miskend. De kwaadheid zat diep: op de instanties, de wereld, de hulpverlening, het pleeggezin maar misschien ook op zichzelf. “Ze wordt van me afgepakt,” was de overheersende gedachte. Maar achter die gedachte school iets anders: een rauw en immens verdriet.