Ga verder naar de inhoud

"Als je goed wil doen voor een kind, moet je ouders, broers en zussen betrekken"

14 oktober 2021

Enthousiast kwispelend komt Quito, de hond die deel uitmaakt van het rijke gezinsleven van dit pleeggezin, me gedag zeggen wanneer ik het huis van Veerle en Peter binnenkom. Een korte begroeting en een koekje moeten haar duidelijk maken dat nu van haar verwacht wordt dat zij rustig op haar mat gaat liggen tijdens mijn aanwezigheid. Heldere afspraken werken in dit huis duidelijk niet alleen in de opvoeding van kinderen, maar ook bij honden. Na wat gesnuffel keurt Quito mijn aanwezigheid goed en laat ze mij een fijn gesprek met Veerle voeren.

Vele gezichten op de familiefoto's

“Als je voor pleegzorg kiest, krijg je er niet alleen een pleegkind, maar meteen een heel gezin erbij,” vertelt Veerle, “want als je goed wil doen voor een kind, moet je zijn ouders, broers of zussen mee in het verhaal betrekken. Een van onze pleegkinderen wou voor haar communie niks liever dan een feest met al haar broers en zussen. We hebben dat ondanks al het geregel van toestemmingen, het rondrijden en ophalen van kinderen bij voorzieningen, geregeld. Zij had de dag van haar leven.” Veerle wijst naar een foto met een volle feesttafel met pleegdochters met vrienden en vriendinnen, hun stiefpapa, haar eigen kinderen en manlief. “Iedereen komt hier geregeld langs.”

Dit is duidelijk geen klassiek pleeggezin

Het is onmiddellijk duidelijk dat het klassieke pleegzorgbeeld van een gezin met eigen kinderen, een vrije kamer en wat liefde op overschot voor ééntje extra, hier een heel ander tijdschema heeft gevolgd. Veerle was 27 en haar man Peter 31 jaar toen ze overtuigd waren dat ze in hun leven kinderen wilden helpen die in een moeilijke situatie verkeerden. Beiden werkten ze als penitentiair bewakingsassistent in het gevangeniswezen en die omgeving maakte hun overtuiging glashelder. Zij wilden via pleegzorg kinderen van hier helpen, die geboren zijn in een minder kansrijke omgeving en liefst zo jong mogelijk.

Eerst een pleegkind, dan eigen kinderen

Nog voor ze aan eigen kinderen begonnen, kwam er dus een eerste pleegdochtertje in hun leven en niet lang daarna volgde ook het biologische zusje van dat eerste meisje. Veerle en Peter kozen weldoordacht, misschien zonder echt te kunnen inschatten, maar niet naïef voor pleegzorg. De selectieprocedure zette hen met beide voeten goed op de grond. Ze verwachtten zich niet aan een verhaal van rozengeur en maneschijn. Toch verliep hun pleegzorgparcours ingewikkelder dan gepland.

De zoete inval

Uiteindelijk kregen ze een eigen dochter en twee tweelingzoontjes. Daarnaast verbleven hier vier pleegdochters, de jongste woont er nog steeds. De oudste drie zijn het huis uit, maar allemaal blijven ze contact houden en zelfs enkele half- en stiefbroers en -zussen die nooit in het gezin woonden, komen hier regelmatig. De ene zus komt autorijles volgen bij Peter, de andere neemt de jongere kinderen van het gezin mee op uitstap naar het pretpark, soms gaan ze samen winkelen en binnenkort wordt de eerste baby van een van de oudste pleegdochters geboren. Veerle wordt meter, maar iedereen leeft er samen naartoe. De jongens, intussen al twaalfjarigen, hun bijna zestienjarige pleegdochter en eigen dochter hopen nu al dat ze zullen mogen babysitten voor het kindje en er werd gezamenlijk naar het geslacht geraden.

Veerle Derous pleegmama
Als je goed wil doen voor een kind, moet je zijn ouders, broers of zussen mee in het verhaal betrekken
Veerle Derous, pleegmama

Je gezinsleven wordt zoveel rijker

Veerle vindt een van de mooiste verrijkingen van pleegzorg dat haar eigen kinderen net zo goed deel uitmaken van de familie van de pleegkinderen. Veerles eigen dochter en zonen staan op de kalenders die in hun keuken uithangt en zij knutselen net zo goed mee tijdens het bezoekje van de mama van hun pleegzus. Bovendien leerden ze de afgelopen negentien jaar heel wat mensen in de kring van pleegzorg kennen, die ze anders niet hadden gekend. “Een koppel zeventigers met bakken pleegzorgervaring zijn van onze beste vrienden geworden. Zij namen ons mee op sleeptouw, ondanks het leeftijdsverschil. Zonder pleegzorg waren we nooit met hen bevriend geworden. We hebben zoveel mensen leren kennen die anders nooit in ons vizier waren gekomen. Ook op dat gebied heeft pleegzorg ons gezin ontzettend rijk gemaakt, in relaties en vriendschappen."

Aan elkaar gehecht

Elk pleegzorgverhaal is uniek maar het gezin van Veerle en Peter is toch heel erg bijzonder. Broers, zussen en pleegzussen, kinderen en pleegkinderen hangen aan elkaar ondanks de leeftijdsverschillen en zonder dat de bloedband er een rol in speelt. “Onze kinderen vormen regelmatig een front tegen ons in het voor hun pleegzus opnemen,” lacht Veerle. “Jullie begrijpen dat niet, mama, zeggen ze dan.” Het is mooi om te zien dat ze zo aan elkaar gehecht zijn geraakt.

Goede raad

Veerle heeft maar één raad voor toekomstige pleegouders: “Durf je hart te volgen. Er bestaat veel theorie over pleegzorg, maar vaak voel je zelf best intuïtief aan wat goed is. Durf ook je grenzen aan te geven. Vaak gingen we daar in het verleden overheen als gezin, omdat we een pleegkind niet tekort wilden doen. Ze ergens naartoe brengen, ergens aanwezig zijn, ze ergens ophalen, … Nu zeggen we al eens 'Neen, dat doen we niet', of we zetten onze vakantieplannen niet meer aan de kant voor bepaalde zaken. Het is ook een goede zaak dat we een beroep kunnen doen op onze begeleider. Een goede pleegzorgbegeleider is voor ons de schakel tussen ons gezin en de ouders van het pleegkind. Zo kunnen bepaalde beslissingen uit de sfeer van discussie worden gehouden en is iedereen zeker dat het belang, de gezondheid en de goede ontwikkeling van het pleegkind ten allen tijde voorop staat. Daarnaast doet een begeleider ook heel wat praktische opvolging, maar dit vinden wij toch de centrale taak van een begeleider."

We hebben zoveel mensen leren kennen die anders nooit in ons vizier waren gekomen. Ook op dat gebied heeft pleegzorg ons gezin ontzettend rijk gemaakt, in relaties en vriendschappen
Veerle Derous, pleegmama

Trots

De balans die Veerle opmaakt van een druk maar rijk gezinsleven is duidelijk positief. “We zijn erg trots dat we de vier meisjes een warme thuis hebben gegeven en dat ze allemaal blijven komen. We hopen dat we steeds een deel van hun volwassen leven mogen blijven uitmaken en dat ze zelf in staat zullen zijn een gelukkig en stabiel leven uit te bouwen. Ook wanneer pleegzorg stopt, blijven we aan de zijlijn staan. We blijven hun studies opvolgen, supporteren bij hobby’s, helpen bij het uitzoeken van een baby-uitzet, we blijven ondersteunen in de kleine dingen. Het is dat wat ons tot een grote, hechte familie maakt."

Andere interessante artikels

Jesse Van Venrooij over zijn documentaire Mama mag ik naar huis toe?
Getuigenis

Jesse Van Venrooij over de documentaire Mama mag ik naar huis toe?

3 juni 2026

Jesse Van Venrooij maakte samen met Eline Van der Kaa de documentairefilm “Mama, mag ik naar huis toe?” Een film waarin zes mama’s met een kind in pleegzorg delen over de leegte die dat achterlaat, de schuld en schaamte die hen achtervolgen, en de angst om de band met hun kind voorgoed te verliezen. Tegelijkertijd laat de film zien hoe liefde en moed sterker kunnen zijn dan oordeel en pijn. We stelden Jesse enkele vragen over de film.

Vlaamse dialoogdag 18 oktober 2025
Nieuws

Vlaamse dialoogdag 18 oktober 2025

27 mei 2026

Op 18 oktober 2025 organiseerde Pleegzorg Vlaanderen een Vlaamse Dialoogdag Pleegzorg rond het recht op informatie.Tijdens deze dialoogdag gingen verschillende doelgroepen binnen pleegzorg en experten met elkaar in gesprek. De belangrijkste signalen die tijdens de dialoogdag werden verzameld, zijn samengebracht in een beleidsnota.

Steven en Hope

Conflict en verbinding

27 mei 2026

Toen de jeugdrechter zijn dochter aan een pleeggezin toewees, voelde Steven de grond onder zijn voeten verdwijnen. Hij voelde zich verraden, genegeerd en miskend. De kwaadheid zat diep: op de instanties, de wereld, de hulpverlening, het pleeggezin maar misschien ook op zichzelf. “Ze wordt van me afgepakt,” was de overheersende gedachte. Maar achter die gedachte school iets anders: een rauw en immens verdriet.