Ga verder naar de inhoud

Pubers en Pleegzorg

23 september 2021

Wie ooit een puber in huis had of er nu eentje heeft, weet dat de puberteit van een kind een uitdaging kan zijn. Ruzies, strijd, ergernissen … Het hoort er vaak bij. Pubergedrag van een pleegkind roept soms andere betekenissen op dan pubergedrag van eigen kind. Maar is dat wel terecht?

Tekst: Charlotte Max

Tijdens de puberteit maken jongeren heel wat mee. Er zijn de lichamelijke en hormonale veranderingen: groei, lichaamsgeur, haargroei … Maar de puberteit is ook een cultuurfenomeen waarbij veel ontwikkelingstaken samenkomen.

Een nieuw uiterlijk

Pubers ontwikkelen razendsnel. Ze groeien in lengte en gewicht, en ook een overslaande stem, lichaamsbeharing, menstruatie … horen erbij. Dat zijn allemaal gevolgen van de hormonen die door het lichaam van de puber jagen zoals ze dat nooit tevoren deden. Die hormonale veranderingen gaan vaak samen met stemmingswisselingen. De sfeer wordt meer geladen met extreme emoties gaande van intense vreugde tot intense irritatie. Drammen, schreeuwen, schelden, dreigen, geweld gebruiken en chanteren zijn voorbeelden van typische pubermanipulatietechnieken.

Onder invloed van de hormonen ontstaat stilaan ook een bewuste seksualiteit. Jongeren voelen zich op een nieuwe manier aangetrokken tot elkaar. Eerste relaties waar intimiteit deel van uitmaakt, zijn een feit. Ook dat is pionierswerk: wat wil ik wel, wat wil ik niet? Hoe ga ik om met grenzen? Hoe snel wil ik gaan in intimiteit? Hoe combineer ik mijn liefje met mijn vrienden? Allemaal nieuwe en ingewikkelde vragen waar ze nog geen antwoord op hebben. En erover praten met de ouders is dikwijls geen optie voor een puber.

Cognitieve ontwikkeling

Naast de fysieke veranderingen, krijgen pubers ook te maken met een bijzondere ontwikkeling van hun hersenen. De ontwikkeling van de controlefuncties komt op kruissnelheid in onze tienertijd. Die controlefuncties omvatten alles wat te maken heeft met zelfregulatie, doelgericht werken, impulsbeheersing, kiezen, plannen … Veel kinderen van twaalf jaar zijn nog niet goed in staat om morgen te onderscheiden van overmorgen. Zelfs een vijftienjarige heeft het daar soms nog moeilijk mee.

In moreel opzicht worden persoonlijke waarden van de jongere stilaan belangrijker dan wetten of algemene waarden. Die wetten worden flexibel ingevuld en de jongere tast af waar de grenzen liggen.

Psychologische ontwikkelingstaken

Tot slot hebben pubers ook veel belangrijke psychologische ontwikkelingstaken te volbrengen, zoals losmaking, autonomie en individualisatie. Ze gaan met andere woorden op zoek naar een antwoord op de vraag “Wie ben ik?” en hun relaties met gezinsleden en leeftijdsgenoten veranderen.

Tijdens hun puberteit maken jongeren zich los van hun familiale wereld om een eigen plaats en richting in de wereld te vinden. Die afscheuring is bevrijdend én beangstigend tegelijkertijd. Omdat de volwassenen en ouders worden afgewezen, worden leeftijdsgenoten des te belangrijker. En ook daar gaan tieners op zoek naar hun positie, hun identiteit. Bij welke groep wil ik horen? Wie is populair? Hoe komt die daar?

Pleegpubers

Bij pleegjongeren krijgt typisch pubergedrag soms een andere betekenis zoals “er is sprake van een loyaliteitsconflict” of “de jongere is niet goed gehecht”. Het lijkt dan verleidelijk om het gedrag van de pleegpuber te begrijpen als “het is moeilijk om als puber in een pleeggezin te wonen omdat al die verschillende banden en loyaliteiten een identiteitscrisis veroorzaken”. Maar die interpretatie houdt een valkuil in, namelijk dat het bestaan van de pleegpuber wordt herleid tot het pleegkind-zijn.

Tijdens de puberteit maken pleegkinderen dezelfde fysieke, cognitieve en sociale ontwikkelingen mee als iedereen. Maar het systeem waarin pleegjongeren opgroeien is wel complexer dan dat van kinderen die bij hun ouders wonen. Dat systeem bestaat onder andere uit de ouders, de pleegzorgers, de begeleider, de (pleeg)broers en (pleeg)zussen …

De complexiteit van dat systeem waar een pleegpuber mee te maken heeft, kan een extra stressbron zijn in de zoektocht naar de eigen identiteit. Dat kan bijvoorbeeld vragen oproepen over de roots of zorgen voor verwarring over verbondenheid. En door de verspreiding van gezags- en opvoedingsfiguren is de kans op verschillende meningen, en dus ook de kans op conflicten, groter.

De rol van (pleeg)ouders

De rol van (pleeg)ouders verandert eens de puberteit volop doorbreekt. De belangrijkste opvoedingstaken worden dan loslaten, adviseren, ondersteunen en onderhandelen. Maar bij die taken zijn er voor pleegzorgers enkele speciale kwetsbaarheden.

Het gedrag van pleegpubers is voor pleegzorgers soms heel moeilijk te ontcijferen, omdat ze de voorgeschiedenis van het kind niet altijd volledig kennen. Door de identiteitsontwikkeling tijdens de puberteit is er soms sprake van herbeleving van traumatische gebeurtenissen, waarbij de puber negatieve gevoelens uit de eerste levensjaren kan projecteren op de pleegzorgers.

In het leven van een pleegpuber zijn er verschillende mensen met verschillende verantwoordelijkheden. Hoewel de pleegzorgers wel instaan voor de opvoeding, hebben ze niet het ouderlijk gezag. Gezag uitoefenen tijdens de opvoeding vraagt dan ook, vooral tijdens de puberteit, wat meer creativiteit van de pleegzorgers.

Veel pleegzorgers zijn geneigd tot beschermen, vasthouden en verdedigen. Dat maakt het loslaten van het pleegkind tijdens de puberteit niet eenvoudig.

Tot slot houdt het vrijwillige engagement van pleegzorgers in principe ook in dat de pleegzorgsituatie stopgezet kan worden. In dat opzicht zijn pleegzorgers benadeeld en missen zij een onvoorwaardelijk fundament. Ruzies met hoogoplopende emoties zijn daardoor minder vanzelfsprekend en kunnen soms vergaande gevolgen hebben voor de pleegzorgsituatie.

(Blijven) werken aan de relatie met een pleegpuber

1. Positieve aandacht geven

Leg het accent op aanleren in plaats van op afleren van gedrag. Opbouwende kritiek geven op het gedrag en niet op het kind zelf kan je doen volgens deze drie basisregels:

  • Keur het gedrag af, niet de persoon
  • Wijs het gedrag aan dat de jongere moet leren
  • Keur de emotie van de jongere niet af

Daarnaast kan je proberen om de talenten van de jongere, bijvoorbeeld op vlak van sport of muziek, te versterken en de puber zelf keuzes laten maken rond uiterlijk, school en vrienden.

2. Eigen verantwoordelijkheid en zelfstandigheid bevorderen

Pubers met een hechtingsproblematiek hebben het dikwijls moeilijk met het onderhouden van wederkerige relaties en met financiële zelfstandigheid. Daarnaast hebben ze vaak een gebrek aan normbesef en verantwoordelijkheid. Toch blijft loslaten de voorwaarde voor losmaken. Gun de pleegjongere privacy en wees tolerant voor experimenten.

3. Emotionele steun blijven geven

Loslaten betekent niet dat je de banden moet doorknippen, maar dat je een nieuwe manier van vasthouden moet zoeken. Om autonoom te kunnen zijn, hebben we verbinding nodig. Om positief uit de puberteit te komen, is het belangrijk dat je in contact kan blijven met de jongere.

4. Grenzen en regels blijven bieden

Als er geen grenzen zijn, geeft dat bij de jongere een gevoel van onveiligheid. Het is dus belangrijk om regels op te stellen, maar zorg dat de gezinsregels haalbaar en realistisch zijn, dat ze voor iedereen duidelijk zijn én dat ze voor alle gezinsleden gelden. Het beste is om vijf regels vast te leggen waarover niet te onderhandelen valt; de rest is wel onderhandelbaar.

Probeer ook je puber te betrekken bij het opstellen van die regels. Zorg bijvoorbeeld dat de jongere weet waarom de regel er is en laat ruimte om de regel aan te passen aan de leeftijd van de puber.

5. Ik-boodschappen geven

Benoem je eigen zorgen en angsten. Zo geef je de puber het signaal dat je als pleegzorger emotioneel betrokken bent.

6. Begrip tonen voor slecht begrepen sociale signalen

Tijdens de puberteit is er dikwijls sprake van impulsief en onnadenkend gedrag. Dat komt omdat het deel van de hersenen dat verantwoordelijk is voor vaardigheden zoals rationele besluitvorming en beheersen van emoties zich pas ontwikkelt na de puberteit.

7. Het probleem bij de puber laten

Niet jij als pleegzorger moet last krijgen, maar de puber zelf. Probeer de puber de (milde) negatieve gevolgen van een situatie of beslissing zelf te laten ervaren.

8. Timing van opmerkingen afstemmen op de puber

Probeer eerst écht te luisteren voordat je je eigen mening geeft. Zo laat je merken dat je de mening van de puber belangrijk vindt. Om je niet te laten overvallen en te emotioneel te reageren, kan je bijvoorbeeld een time-out inlassen voor jezelf of enkele standaardzinnen bedenken om gepast te kunnen reageren in moeilijke situaties.

9. Ruimte bieden voor de ouders

Je kan ruimte bieden voor de ouders door bijvoorbeeld de emoties van de puber over zijn/haar ouders expliciet te benoemen.

10. Succesvol onderhandelen volgens spelregels

Succesvol onderhandelen begint bij een juiste timing: zorg dat je rustig de tijd kan nemen voor het gesprek. Laat de puber eerst vertellen hoe hij/zij de feiten ziet en probeer het probleem neutraal en zonder emoties te benoemen. Weet dat er niet slechts één oplossing mogelijk is, dus laat de puber mee nadenken over die oplossing. Kijk ook naar wat jouw aandeel daarin kan zijn. Ga samen aan de hand van ‘hoe’-vragen op zoek naar doelen op korte termijn en maak afspraken die helder en uitvoerbaar zijn.

Bronnen

Verdonck, B. (2017). Pleidooi voor een puber. Kleurrijk, 3(3), 6-8.

Bastiaensen, P. (2008). Is een pleegpuber echt anders?. Mobiel-1. Geraadpleegd op 28 juni 2021, van bijonspleegzorg.nl/2008/01/is-een-pleegpuber-echt-anders/.

Dit artikel verscheen in het pleegzorgtijdschrift Kleurrijk, editie september 2021. Benieuwd naar de andere artikels?

Je vindt het volledige tijdschrift op onze ISSUU-pagina.

Andere interessante artikels

Ervaringen van geëvacueerde kinderen over pleegzorg

Ondersteuning op maat

Wat kan de geschiedenis ons leren over pleegzorg van geëvacueerde kinderen?

In deze nieuwsbrief geven we een samenvatting van ‘Unveiling the War Child Syndrome: Finnish War Children's Experiences of the Evacuation to Sweden during WWII From a Lifetime Perspective (Heilala & Santavirta, 2016) ’ waarin een gelijkaardige migratiegolf van Finse kinderen naar Zweden beschreven wordt tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Wat zijn de ondersteuningsbehoeften van bestandpleegzorgers die Niet Begeleide Minderjarige Vreemdelingen (NBMV) opvangen?

Opvoeden

Wat zijn de ondersteuningsnoden van bestandspleegzorgers die voor niet-begeleide minderjarige vluchtelingen (NBMV) zorgen?

Aan 30 bestandspleegzorgers werd volgende vraag gesteld: ‘Wat heb jij nodig om een goede pleegzorger te zijn voor NBMV?’.

Acht groepen ondersteuningsbehoeften werden onderscheiden.